skip navigation

Scheepsontgassing

Wanneer er niet “dedicated” gevaren kan worden of een dampretoursysteem volstaat zal een schip na benzeen houdende lading ontgast moeten worden.

Er wordt soms nog tussen het lospunt en het volgende laadpunt varend ontgast waarbij de LEL hoger is dan 10% maar dit is verboden op basis van ADN 7.2.3.7.2.1.
Er is een begrijpelijke weerstand tegen het ontgassen omdat het tijd en geld kost. Daarbij zijn veel situaties waarin het aantrekkelijk is een nieuwe , andere, lading te vinden in de buurt van het lospunt. Triple D probeert hier een bijdrage bij te leveren door mobiel naar een schip te kunnen en effectief te ontgassen met grote milieuvoordelen.     

Het ontgassen bij het lospunt kan waardevol worden gedaan met een VRU wanneer de uit de dampen teruggewonnen vloeistof weer bij de lading kan worden gevoegd. Wanneer dit niet het geval is ontstaat er een afvalproduct. Dit kan soms in een vervolgstap in elektriciteit worden omgezet met een gasmotor.
Wanneer terugwinning geen optie is of de ontgassing (na) bij het laadpunt plaatsvindt dan is de Triple D technologie gunstiger dan andere technologieën.
Triple D benut de energie uit de dampen volledig en zorgt dan voor de minst mogelijk milieubelasting tijdens het ontgassen.           

Naast milieu schade en stankoverlast (soms ook op lange termijn gevaar) voor omwonenden is er met name een direct gevaar voor personen aan boord. Bij onderzoek is vastgesteld dat in de stuurhut een benzeen concentraties zijn gemeten tussen 10-130 ppm terwijl de acceptabele norm slechts 1 PPM is ( 3,25mg/m³).
Het ontgassen wordt vanaf juli 2020 verplicht voor een eerste lijst met stoffen welke onder de norm van 10% LEL moet komen en is is dus een groot belang voor het personeel dat langdurig in de damp omgeving moet werken.